NRC Amanda Kuyper 2011 ****
Mooie landschappen, Tineke Postma, The Dawn Of Light
Saxofoniste Tineke Postma is er in geslaagd om in relatief korte tijd haar draai te vinden in de internationale jazzscene. Ze trekt op met grote namen, valt bij ze in en scherpt haar ‘chops’ aan met hun aanwijzingen. Dat werpt vruchten af: als instrumentaliste op zowel alt als sopraan wordt Postma steeds vaardiger. Ook krijgen haar moderne jazzcomposities diepte: ze zijn harmonisch vrijer, klinken minder traditioneel door hun ruimtelijke structuren én ze zijn iets meer uitgesproken en eigenwijs. De Friese jazzmuzikante komt steeds meer naar buiten.
Er wordt mooie jazz gemaakt op haar vijfde album “The Dawn Of Light” , een album dat reflecteert op persoonlijke groei. Postma leidt haar nieuwe Nederlandse kwartet (pianist Marc van Roon, bassist Frans van der Hoeven, drummer Martijn Vink) langs mooie landschappen. Dan weer is de sfeer melancholisch, dan juist optimistisch vrolijk ; en hoe dan ook heeft alles een wat poëtische inslag. “Falling Scales”zit ritmisch rijk in elkaar met omspeelde thema’s. Een schitterend ontwapenend duet van scats en saxlijnen is dat met gastzangeres Esperanza Spalding in “Leave Me a Place Underground”.
DRAAI OM JE OREN - Jazz on the road #5 door
Jo Dautzenberg (14.4.11)Tineke Postma worstelt en komt boven
Maart 2011. Nijmegen, 'huis voor de kunsten' De Lindenberg biedt huisvesting aan stichting Jazz & Impro Nijmegen (kortweg JIN), de organisatie achter de jazzconcerten. Een ontmoeting met Tineke Postma, die in feite permanent op reis is: van Japan naar New York, via Zweden naar de studio in Osnabrück, dan weer naar Spanje en in de zomer naar Mexico. Reizen langs de internationale podia en festivals is haar leven geworden. Kritieken zijn vol lof en regelmatig staat de altsaxofoniste zij aan zij en oog in oog met de masters of jazz, waar dan ook.
Omdat ze vandaag in Nederland eerst nog een file moet trotseren, vindt het vooraf geplande interview pas na afloop van het concert plaats. Later blijkt dat een essentieel verschil. Ik kwam met een andere Tineke Postma op het netvlies naar De Lindenberg. Mijn eerste kennismaking stamt ergens uit 2007. De saxofoniste is veranderd, speelt krachtiger en opener tegelijk: energie. "Ik sta toe dat het gebeurt," zegt ze zelf daarover.
'The Dawn Of Light' is de titel van haar nieuwe cd. Vanaf de cover kijkt ze vol zelfvertrouwen zowat recht in de camera, haar Selmersax rustend op haar schouder. Licht weerspiegelt in een raam. Reflectie is hier het terugkerend thema. Diepgang, echtheid en techniek. Geen concessies aan oppervlakkige schijndoelen. Ze is componist, arrangeur, solist. De sax is haar spreekbuis, vriend en vijand tegelijk. Componeren is lijden, alleen zijn. Is ze daarmee een einzelgänger? "Ja en nee. Als rondreizend musicus ontkom je niet aan alleen zijn. Dat is hard en confronterend. Thuis is voor mij: vrienden en familie, ontspannen, om iets hard kunnen lachen. Saxofoon spelen leer je door het te doen, door samen te spelen met anderen, te luisteren, op je bek te gaan. New York is hard, de concurrentie meedogenloos; breng je niks over het voetlicht, dan heb je er niks te zoeken. In dat klimaat vrienden maken is niet makkelijk, maar ik heb het wel nodig. Dus ga ik de uitdaging aan. Als je wereld op de kop staat, moet je vriendschap met jezelf sluiten."
Muziek scheppen geeft haar voldoening, brengt haar inzicht, confronteert haar met zichzelf. Ze maakt het zich daarmee niet gemakkelijk. De lat ligt hoog. De eenzame uren, dagen en maanden die ze in de New Yorkse scene doorbracht met studeren, hebben hun sporen nagelaten. Ze is binnengetreden in de dynamische wereld van Wayne Shorter.
Op het podium geeft Postma leiding op een charmante manier; ze staat ze namelijk af, zonder ze te verliezen. Ze legt de bal in het midden. Het kwartet toont een grote cohesie. Ingespeeld, gemotiveerd, ambitieus. "We willen ego's loslaten, ontdekken. Over de schutting ligt een zee van ruimte, waar we elkaar ontmoeten." Ze kijkt me doordringend aan: "De enige manier om gelukkig te worden, is jezelf los te laten, je echte ik vrijmaken... niet moeten."
Ze doorleeft haar werk; dat is te merken, te horen en te zien. Haar persoonlijkheid is gegroeid, mag er zijn - vooral van haarzelf, benadrukt ze. Ze zegt dat het reizen, het samenwerken met andere musici, het alleen zijn, het omgaan met tegenslagen haar vormen. Niets is meer uitgesproken waar, er is geen een waarheid en als die er is ligt die eerder in de stilte dan in het woord. Stiltes die ook deze ontmoeting binnen komen vallen. Bedachtzaam en zorgvuldig kiest ze haar woorden . In de comfortzone gebeurd niet veel meer, daar met je buiten blijven. Ik schroom niet om grenzen op te zoeken en mezelf op de pijnbank te leggen, ik word daardoor beter."
Nummers als 'Before The Snow' en 'Newland', een compositie van pianist Marc van Roon, onderstrepen deze spirituele zoektocht. De musici vullen en voelen elkaar goed aan. Op het podium gebeurt iets tussen deze vier mensen. Dat bevestigt maar weer eens waarom deze kunstvorm van muziek beslist in het theaterzaaltje thuishoort en niet in de kroeg. Technisch is het allemaal knap en de muziek laat zich niet gemakkelijk ontrafelen; voor de liefhebber des te boeiender. Ik zit op het puntje van mijn stoel.
Ik vind dat Tineke Postma dat introverte, ingedikte in haar spel is kwijtgeraakt. Ze weet nu met mooie variaties en onverwachte melodische lijnen een boog te spannen, die de pijlen doelgericht ver wegschiet, terwijl ze toch verbonden blijven met de schutter. Bovenal maakt ze bewust contact met haar publiek. Daarin neemt ze een bijzondere en verrassende plaats in binnen het kleine groepje jazzvrouwen in Nederland, zelfs in de wereld, denk ik. Een groep waarmee ze goede banden onderhoudt, getuige de aanwezigheid van niemand minder dan een schitterend zingende Esperanza Spalding op 'Leave Me A Place Undergroud', een muzikale en zeer inspirerende bewerking van een gedicht van Pablo Neruda.
Het concert in de Lindenberg verloopt, evenals het interview pal daarna, ontspannen en geconcentreerd. De zaal zat helemaal vol. Na een staande ovatie volgde een toegift: 'Searching And Finding'. Precies dat is wat deze 32-jarige traveller in 'The Dawn Of Light' doet en waar ze steeds beter in wordt.
TELEGRAAF 21 april 2011
‘Je hebt een anker nodig om echt vrij te kunnen zijn.’
Saxofonist Tineke Postma durft beter los te laten
Mischa Andriessen
Bijna overal is het nieuwe album van Tineke Postma lovend ontvangen. “The Dawn of Light” is haar vijfde cd. Volgens critici en haarzelf weer een stap vooruit. Het belangrijkste verschil met voorgaande platen is dat ze zich vrijer voelt in de muziek en haar eigen geluid duidelijker durft te laten horen. Dat geldt voor haar spel op alt- en sopraansax, en voor de nieuwe composities. ‘Ik schrijf nu stukken waarin ik mij steeds beter kan uiten en waarin wij als quartet alle ruimte hebben om geinspireerde, muzikale reis te maken.’
Nadat ze haar vorige cd met een volledig buitenlandse all-starbezetting opnam, wilde ze de nieuwe plaat per se met haar Nederlandse kwartet maken. Want hoewel het viertal al sinds 2006 samenspeelt, was deze band nog niet gedocumenteerd. Bij het schrijven van nieuw materiaal had ze deze musici dan ook steeds in het achterhoofd. Omdat ze zolang samen werken, weet ze inmiddels beter wat nodig is voor een optimaal resultaat. ‘Melodieën zijn voor ons erg belangrijk. En genoeg ruimte voor iedereen om zijn bijdrage te leveren. Ik houd er niet van om veel van te voren uit te leggen. Als er veel uitleg nodig is, is dat meestal al een teken dat het met dat stuk niet goed zit.’
Aanvankelijk wilde het met het schrijven echter helemaal niet vlotten. ‘Ik kwam in een soort writer’s block terecht. Ik had het gevoel dat ik steeds op dezelfde manier componeerde en vond er op zeker moment niets meer aan.’ Mede dankzij het boek “Effortless Mastery” van pianist Kenny Werner ontdeed Postma zich van haar schrijfkramp. ‘Hij is een goeroe op het gebied van loslaten en dingen opzij zetten. Werner zegt dat je geen geniale compositie moet willen schrijven. Probeer maar iets te componeren waarbij je minder hoge verwachtingen hebt. Heel lelijk zal dat niet worden als je als improvisator een goed voor harmonie en ritme hebt.’
Toen ze Werners raad ter harte nam, bloeide Postma helemaal op. ‘Overbewustzijn zit je in de weg, dat geldt ook buiten de muziek. Ik ben het improviseren veel meer gaan gebruiken als hulpmiddel bij het componeren en toen begonnen de ideeën echt te stromen.’
Hoewel Postma naar meer vrijheid streeft, keert ze zich niet van de jazztraditie af. Integendeel. Van een van haar docenten Ferdinand Povel leerde ze de taal van hardbop en bebop die steeds de basis blijft. ‘Je roots hebben in de jazztraditie is noodzakelijk om je vrij in de muziek te kunnen bewegen. Je hebt een anker in de traditie nodig om echt vrij te kunnen zijn.’ Om grenzen te kunnen verleggen, iets wat Postma zowel aangenaam als belangrijk vindt, moet je weten waar je vandaan komt. En niet teveel beredeneren. ‘Ik dacht vroeger bijvoorbeeld: ik moet een eigen geluid hebben. Maar dat kun je niet afdwingen. Dat komt hopelijk met de jaren. Je wordt niet origineel door te denken dat je origineel moet zijn. Je moet in de eerste plaats geïnspireerd zijn.’
Dagblad van Het Noorden door Illand Pietersma (April 2011) Groningen
Op haar vorige cd’s werkte Tineke Postma al samen met bekende Amerikaanse jazzmusici, zoals Terri Lyne Carrington en Geri Allen. Op Tineke’s nieuwste album, The Dawn Of Light, zingt de verse jazzster Esperanza Spalding een nummer me. De uit Friesland afkomstige saxofoniste heeft kennelijk goede contacte in de internationale jazzscene, met name met vrouwelijke musici. “ Nou dat is toeval. Ik heb niet bewust gezocht naar vrouwen die het goed doen in de jazz. Het begon eigenlijk toen ik Terri Lyne Carrington in 2002 ontmoette. Zij heeft wèl een vrouwenproject, waarvoor zij mij uitnodigde. Daar leerde ik ook Geri Allen en Esperanza Spalding kennen.”
Bestaat er zoiets als ‘vrouwelijke jazz’? “ Dat wordt me veel gevraagd, maar ik weet het niet. Zou ik anders geklonken hebben, indien ik een man geweest was? Je kunt er niets over zeggen, want er zijn ook wel eens mensen die mij vertellen dat ze dachten dat ik een man was toen ze mij eerst alleen maar hadden gehoord. Energiek en stoer spel wordt blijkbaar nog steeds gezien als een mannelijke manier van spelen; vrouwelijk zou soft, rustig en romantisch zijn.”
Postma’s geluid wordt vaak vergeleken met dat van Wayne Shorter en John coltrane. “Ik kan zo gauw ook geen vrouwelijke voorbeelden noemen. Ja Candy Dulfer. Door haar ben ik begonnen, maar ik speel nu heel anders.Gelukkig komen er steeds meer vrouwelijke jazzmusici, zodat dat nu wat normaler wordt.”
Op The Dawn Of Light speelt ze ‘gewoon’ met een Nederlands begeleidingstrieo: pianist Marc van Roon, bassist Frans van der Hoeven en drummer Martijn Vink. “Ik toer al sinds 2005 met hen over de hele wereld. Op het podium is er een goede chemie tussen ons. Het werd tijd om dat eens op cd vast te leggen.”
De jarenlangen speelervaring is af te horen aan de juiste sfeer waarmee het trio Postma’s gedreven en tegelijk bedachtzame spel omkleedt. De meeste nummers zijn van haarzelf. “Ik wilde niet in herhaling vallen, daarom zijn deze composities meer vanuit improvisaties ontstaan en veel schetsmatiger en vrijer geworden. Een spannend proces.”. De cd opent met Cançao De Amor van een van haar lievelingscomponisten, Heitor Villa Lobos. Spalding zingt een prachtig nummer, gebaseerd op de poëzie van de Chileen Pablo Neruda. “Ik heb een soort liefde voor Zuid-Amerikaanse dichters en componisten. Het is zulke mooie lyrische muziek. Toen Esperanza zei dat ik maar met een mooie tekst moest komen, dacht ik aan Neruda. Op dat gedicht heb ik de muziek geschreven. Toen ik haar het materiaal opstuurde, vertelde ze dat ze die ochten nèt een bundel van Neruda had gekocht. Het klopte gewoon.”
Postma speelt ook mee op de onlangs uitgekomen cd van Jasper van’t Hofs groep Pili Pili. De mix van fusion en wereldmuziek is toch een heel ander genre? “Ja, ik noem Van’t Hof wel de Nederlandse Zawinul. Hij is geniaal en heel inspirerend om mee te werken. Hij belde mij eens op om in te vallen. Toen hebben we een duet gedaan in een kerkje bij hem in het dorp. Hij op orgel, ik op saxofoon. Een magisch concert. ‘ Dit moeten we meer doen,’ vonden we.”
Zaterdag treedt ze op in Groningen met de Duitse zangeres van Turkse komaf, Esra Dalfidan. “Sinds 2008 spelen we regelmatig samen. Het is prachtig hoe ze haar Turkse achtergrond in de jazz brengt. Heel anders, inderdaad, maar ik heb nooit zo’n zwart-witte kijk op muziek. Zolange de musici geïnspireerd zijn en het muzikaal goed zit, is stijl niet zo belangrijk. Als’t je maar raakt.”
NEW ALBUM
THE DAWN
OF LIGHT
BUY

English website